Oh Carole

Soms val ik voor een kleur. Zomaar, een oud roze, een warm okergeel of zoals nu: een prachtig diep groen. Dat de stof ook nog eens heerlijk soepel is, zacht aanvoelt én vegan (haha, hipster joh!) deed mij ter plekke bij Madeline de Stoffenmadam doen besluiten dat ze ideaal was voor mijn project-met-een-strakke-deadline.

Die deadline was echt strak: als in 2 dagen (zelf gezocht hoor). Ik naaide een jurk uit de nieuwe Fibre Mood (vanaf 21 november in de winkel) voor het Sew Along filmpje van deze editie. De Carole jurk is een wikkeljurk van midi-lengte en met halflange mouwen die zeer veelzijdig is, afhankelijk van de stofkeuze.

Ik gebruikte dus deze cupro, en verlengde de jurk én de mouwen waardoor ze een hoog party-gehalte kreeg, ideaal voor de komende feestdagen me dunkt. Ik waande er me Florence Welsh in, écht, daar zijn bewijzen van.

De stof is echt de max: zelden zoiets aangenaams op mijn bloot lijf gevoeld. Of klinkt dat raar? 😉

De dag van de Sew Along was een belevenis: samen met 6 andere dames acteren, lachen, babbelen, eten en nog eens acteren? Wij kunnen dat! Het Fibre Mood team stelde ons op ons gemak en liet ons er op ons best uitzien, en bovendien werden we hartelijk ontvangen bij Lana Lotta in Leuven.

In het filmpje kan je goed zien hoe erg de jurk verandert, enkel en alleen door een andere stof te gebruiken of door de lengte aan te passen. Echt verbazend!

Qua stofgebruik viel de jurk ook beter mee dan gedacht: ik gebruikte bijna 3 meter (maat 38) maar enkele dames hadden voldoende aan 2,5 meter of zelfs maar 2 meter als je hem wat inkort.

Samengevat: wil je een stijlvolle, comfortabele, eenvoudig-te-naaien jurk? Carole is your girl!

Drew, the second

Ten eerste: dit is mijn laatste maaksel van de winter in corduroy. Ten tweede: dit is mijn laatste Legend/Drew van Fibre Mood. Beide beloftes maak ik niet aan jullie, maar aan mezelf. Want die corduroy: ik krijg daar dus elke keer acute nies- en snotaanvallen van, hell is het. En die Legend/Drew: een fantastisch patroon maar die duizend patroondelen en al dat getopstitch maken dat ik het beu ben. Als in k*tsbeu. Nah.

Dat gezegd zijnde: zelden een tiener (of drie) gezien die zo content was met een naaisel, anders was ik na het eerste exemplaar gestopt, for sure!

Deze Drew is helemaal dezelfde als mijn eerste: zelfde maat, andere corduroy. Dit okergeel is prachtig bij het vel van Dochter 1, dus ik was blij dat ze in tegenstelling tot de andere twee koters niét voor een saaie kleur koos.

Ik merk wel dat ik beter de armlengte van mijn oudste had nagemeten: wat een verschil met Dochter 2. De mouwen zijn te lang, dus gelukkig maakte ik echte knoopsgaten aan de manchetten waardoor ze ze kan oprollen. Probleem (min of meer) opgelost.

Ook deze corduroy kocht ik bij Madeline de Stoffenmadam, ze heeft zoveel kleurtjes dat het moeilijk kiezen is.

Ribfluweel is hot voor het moment, en moest ik de stof niet zo beu zijn omwille van al dat gesnotter, ik zou ze in alle kleuren aanschaffen voor honderd en één projecten. Grote liefde, zo’n zachte stof.

het succesnummer

Ik was de tel kwijt, dus ik zocht het even op: ik maakte de Vilette al vijf keer dus ik denk dat we oprecht van een succesnummer kunnen spreken. Vilette is een winterjas uit een wat oudere La Maison Victor en voorlopig lijkt er geen sleet te zitten op dat patroon dus ik maakte er nog maar eens eentje.

Eentje voor mij opnieuw, nadat ik dit exemplaar onlangs verkocht. Niet wegens versleten, wel wegens een beetje beu. Bovendien heb ik de laatste tijd weer iets met ribfluweel, daar waren jullie hier, hier en hier al getuige van. Het doet wat seventies aan, vooral in cognackleur, en laat ik nu toevallig een kind van de seventies zijn!

Deze dikke rib in een prachtige kleur vond ik bij Madeline de Stoffenmadam. Ik kocht er meteen zacht teddy fleece bij om hem extra warm te maken voor de winter. Die teddy kwam enkel in het voor- en rugpand, aan de mouwen gebruikte ik gewone voeringstof. Achteraf bekeken had ik beter gemattelasseerde voering in de mouwen genaaid voor de warmte, maar kijk: niet aan gedacht.

Ik naaide maat 36-38 omdat ik mijn vorige Vilette erg ruim vond. Ruim en oversized vind ik wel leuk maar ik was bang dat dit té zou worden met die dikke teddyvoering.

Een beetje ruim is goed voor een winterjas, maar ik heb geen ambities om voor het volgende Michelinmanneke versleten te worden.

Daarom dus: 36-38. Een kleine waarschuwing wel: de jas valt niet zo ruim aan de heupen en sluit met één enkele knoop, dus moest je van plan zijn om er meerder knopen aan te naaien dan neem je hem beter wat breder onderaan. Ik zou de mijne bijvoorbeeld niet tot onder dicht krijgen.

Over knopen gesproken: één knoopsgat moest ik maken in deze rib en na 1 poging was het weer van dat: mijn machine blokkeerde. Om een nòg grotere ramp te vermijden besloot ik snel om opnieuw een drukknoop aan te naaien en de knoop er enkel voor de sier bovenop te zetten.

En zo ben ik weer helemaal opgewarmd voor 2 workshops waarin we deze jas naaien bij Madeline de Stoffenmadam. Helaas geen plaatsjes meer vrij, maar als je je inschrijft voor de nieuwsbrief bij Madeline dan blijf je snel op de hoogte van alle volgende workshopdata.

sanseveria sport voor AB

Haha, ik besef ineens zelf de absurditeit van de titel hierboven 🙂 Origineel willen zijn levert niet altijd de beste ideeën, maar kom. Het gaat dus om een french terry van About Blue, met een sanseveria-print en een nieuw T-shirt patroontje, Greentown genaamd, dat ik omvormde tot sporttopje. Zo.

Het patroon is van de hand van Riet en vormt, zoals eerder met de badcape, een duo met een nieuwe collectie stoffen. Greentown is eenvoudig van snit maar zit zoals steeds weer heel mooi in elkaar. Met een voorpand in twee delen om te kunnen spelen met verschillende prints, een plooitje aan de halslijn indien gewenst, en splitjes aan de zijnaden.

Ik deed er het mijne mee, want de stof kon Dochter 1 zeker bekoren maar dan enkel om in te gaan sporten. Uiteraard moest er dan wél een flink stuk van de lengte, én bovendien breder dan haar standaardmaat.

Dus knipte ik maat 42 (i know…) en verkortte de boel met 15 centimeter. Er kwam enkel een plooi aan de achterkant en ik gebruikte geen contrasterende stoffen voor het voorpand. De splitjes mochten blijven, maar het rugpand mocht niet langer zijn dan het voorpand. Zo’n tiener, dat heeft noten op zijn zang.

Ik noem haar nu de sportende sanseveria, eentje in het schoonste groen. Dat topje zit veel te ruim naar mijn goesting, maar ze willen het zo tegenwoordig. En hoewel ik fan ben van oversized is té oversized toch ook niet dat. Of word ik oud?

Anna, the hack

Er was eens een rok, Anna genaamd. Ik zag die passeren in de laatste Fibre Mood en ze zei me niet zo veel. Maar toen was daar de An-Anna, en waauw wat was die mooi! Ik zette Anna meteen op mijn to-sew-lijstje en wachtte op tijd. (Wie niet, nietwaar?)

Het is dus Paspelpoes An haar schuld dat ik een rok maakte die ik misschien niet nodig had. En het is ook een beetje de schuld van Marlies die in haar winkel een rol dikke ribfluweel had liggen in een prachtkleur. Ik was die rol al 2x gaan aaien en de 3de keer was ik verkocht. Tja.

Op de fiets naar huis bedacht ik al dat ik die Anna wou aanpassen. Ik wilde er een knopenpad op vooraan, met van die stevige jeansknopen die er zo makkelijk in te knijpen waren. Ja, ik had goeie ervaringen met die jeansknopen sinds Legend en Drew. Ik had helaas minder goede ervaringen met knoopsgaten maken in dikke ribfluweel, dus ik besloot om niet àlle knopen te laten opengaan, enkel diegene die nodig waren om de rok aan te krijgen. Op de fiets krijg ik de beste ideeën, joh!

Jeansknopen zijn de max. Knoopsgaten maken iets minder helaas.

En zo geschiedde. Het aanpassen van het patroon vroeg een beetje denkwerk en logica. En ja, de tailleband moest ik zelfs drie keer opnieuw maken. Jullie dachten toch niet dat ik plots een naaister met technisch verstand was geworden?

Maar wat een heerlijke rok werd het! Hij is zacht, hij zit comfortabel (want hij is rekbaar, jeuj!) en ik kijk er al naar uit om hem veel te dragen in de winter. Die Anna is een topper!

Drew, the first

Ja, je leest het goed: the first. Dat betekent dus dat er ook nog een the second zal komen, al moet ik eerst even afkicken van dit soort jasjesmakerij. Ik ben het wat beu.

Begrijp me niet verkeerd: de Zoon was heel enthousiast met zijn exemplaar (de Legend, de kinderversie van Drew) en Dochter 2 kreeg op één dag tijd wel honderd complimenten, zei ze. Drew is dan ook hip, het patroon verscheen in de laatste Fibre Mood en blijkt een bestseller.

Waarom ik dan moet afkicken? Wel, ik vind het een pittig project. Niet qua moeilijkheidsgraad, dat valt echt héél erg mee, maar wel qua tijd. Met bijna 20 patroondelen en veel dubbel topstitchwerk hoort dit soort projecten meestal thuis in mijn categorie ‘geen goesting in’. Jullie weten dat al langer: het moet vooruit gaan hier op naaivlak. En dit gaat absoluut niet vooruit. Niet.

Wanneer naaisels te lang duren om te maken, vind ik het niet meer plezant. En daarenboven moest ik continu niezen.

Ik kreeg namelijk acute astma, want jongens, wat pluist die dikke corduroy! (Topkwaliteit wel, en superlicht en soepel, uiteraard van bij Madeline de Stoffenmadam.) Héél mijn atelier leek een dun laagje donkergroene haartjes te hebben en ik stofzuigde me gaandeweg te pletter. Zò blij dat die jas klaar was.

Ik maakte maat S wat voor mijn Dochters eigenlijk nipt is, maar aangezien ik het jasje niet voerde, zal het ook enkel gedragen worden op niet-koude dagen en is het dichtknopen van jassen hier sowieso al een strijd die al lang heb opgegeven. Tieners. Ze weten het àltijd beter.

Voor Dochter 1 ligt okergele dunne ribfluweel klaar, ook van bij Madeline de Stoffenmadam. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat die niet zo erg gaat pluizen als deze groene, want ik begin nu al te niezen. Gezondheid!

Legend jacket by Fibre Mood

Vanaf vandaag ligt de zoveelste editie van Fibre Mood in de winkels en ik maakte alvast een eerste stuk: de Legend jacket. Een eerste, ja, want ik merkte al snel dat er een paar patronen tussen zitten die hier bij zowel mezelf als de Dochters in de smaak vallen. Hoera!

De Legend gaat tot maat 14 jaar en nochtans is de Zoon slechts 12. Maar omdat ik hoop dat dit jasje in de herfst zal gedragen worden met een sweater of trui onder, maakte ik hem toch in een leeftijdscategorie groter. En dat bleek een goede zet. Het zit ruim, maar niet té.

Bij Madeline de Stoffenmadam vond ik een groene corduroy met dunne rib. Prachtkleur. Bij thuiskomst merkte ik echter dat deze corduroy rekbaar is en dat zal ik geweten hebben: niet ideaal om te verwerken als de patroondelen absoluut niét mogen meerekken… Uiteindelijk lukte het wel, maar voor een volgend exemplaar ga ik toch voor een niet-rekbare variant.

Een tweede fout die ik maakte zat hem in het knippen van de patroondelen uit stof: een drietal delen knipte ik ondersteboven en omdat zo’n corduroy een duidelijke vleug heeft, maakt dat echt wel een verschil. De delen leken wel uit een andere stof zijn geknipt! Nu moet ik zeggen dat, eens verwerkt, het mij nog nauwelijks opvalt. Misschien zien jullie het nog wel?

Verder was ik wat bang van jeansknopen. De knopen zelf erin zetten bleek een fluitje van een cent maar die knoopsgaten! Om de één of ander reden maak ik altijd de mooiste knoopsgaten op mijn proeflapjes, maar dán… Enfin, ze staan erin, maar perfect zijn ze verre van. Alleen al om die reden zou ik drukknopen kiezen…

De Dochters hier thuis zijn stikjaloers op deze Legend, en ik beloofde hen dan ook allebei een Drew (check deze en deze!). Ze zijn nog in beraad wat de kleurkeuze betreft, maar ik zette ze alvast bij op mijn lijstje. Samen met de Anna rok voor mezelf, hoe tof is die zeg?! (Zagen jullie die van An en Sylvia al? Waauw!)

Rosalie drie

Zonder in herhaling te willen vallen: ik maakte nog eens een Rosalie van Fibre Mood. En daarmee val ik dus wél in herhaling, want het is al mijn derde versie. Ik beloof dat het mijn laatste is, tenminste toch de laatste van de zomer. Echt, plechtig. De zomer(vakantie) is vandaag trouwens toch aan zijn laatste dag toe, dus dat komt goed uit!

Deze viscose was een soldenkoop waarvoor ik speciaal mét Dochter 2 naar Madeline de Stoffenmadam reed. De Dochter was snel te overtuigen, leopard-prints zijn weer helemaal terug van nooit weggeweest. Ik ben zelf al 10 jaar leopard-fan en ik ben keiblij dat die print nooit dateert.

Rosalie bleek hier bij de tieners vanaf de eerste minuut een schot in de roos als zomers jurkje en ik kan hen geen ongelijk geven: luchtig, speels, vrolijk. Deze keer liet ik de twee bovenste voorpanden wel wat overlappen omdat de decolleté-diepte net een beetje té diep werd bevonden.

Wat me wel opvalt bij alle Rosalies is de neiging van de jurk om tijdens het dragen naar achter te schuiven zodat de decolleté bijna tegen mijn Dochters’ keel hangt. Ik hoor mezelf meermaals per dag zeggen: ‘Trek eens aan je jurk.’ Ik weet ook niet goed waaraan dat ligt trouwens.

De dames hier malen daar niet om: het waren de jurken die deze zomer het vaakst uit de kleerkast kwamen en daar is deze moeder reuzeblij om!

la vita è bella

Vita. Een patroon dat al een aantal weken bestaat, maar waar ik wegens drukke werkperiodes en een aansluitende rustperiode nog niet toe gekomen was. Tot nu dus: een Vita jurk voor een jarige prinses!

Net zoals het jongste nichtje een jurkje kreeg voor haar verjaardag, mocht ook haar zus een soortgelijk kadootje openen gisteren. Ook hiervoor gebruikte ik een couponnetje van bij Huis van Katoen: een zomers bloemenprint en vrolijke kleuren.

De stof is uitzonderlijk zacht en soepel en toen ik ze verknipte merkte ik dat ze ook wat stretch had. Niet nodig voor dit patroon, want de Vita is een ruimvallende jurk (of blouse) die héél veel bewegingsruimte biedt. Ik koos voor de halflange mouwen en de V-rug.

Ik heb een zwak voor jurken of blouses met een open rug. Het zorgt meteen voor een wat glamoureuze én zomerse look, niet?

Ik maakte geen halslint in de stof zelf, maar gebruikte een bronskleurig touwtje dat ik al een tijd had liggen. Zo’n klein beetje bling kan nooit kwaad.

De jurk is nog ruim genoeg om ook volgende zomer nog kunnen gedragen worden: ik nam maat 8 jaar (Lucille werd 8) maar met lengte 9 jaar. Te smal zal de jurk niet snel worden, te kort daarentegen wel dus dat leek me het slimste.

Ik ben tegenwoordig erg fan van dit soort zomerjurkjes: wijd, los en kort. En liefst mét mouwen. Rosalie (Fibre Mood), Mira (Fibre Mood) en deze Vita van Kaatjenaaisels en Bel’Etoile: ze passen allemaal in dat plaatje. Ik wed dat er ook in 2020 zo nog een aantal van onder mijn machine zullen rollen.

bloemenmeisje

Jarige meisjes krijgen nieuwe jurkjes, dat hoort zo. Dus toen Gorgeous Gisèle alweer zes werd, zorgde deze meter voor een zomerse bloemenjurk. Wegens het succes van dit exemplaar van vorig jaar, maakte ik een nieuwe Robin dress van Iris May. Never change a winning team, toch?

Deze keer vond ik een coupon in de solden bij Huis Van Katoen, en toen ik het lapje zag liggen, matchte ik het meteen met een meisjesjurkje. Eerder toevallig dus dat deze Robin dress er kwam. Rode streepjes deze keer, ook met bloemen, en van een soepele en luchtige kwaliteit.

Ik wijzigde niets aan het patroon, net als vorige keer maakte ik de mouwloze versie, met ruffle uiteraard want meisjes houden van ruffles. Ook ging ik opnieuw voor de mooie V op de rug.

Ruffles en strikken maken van jurkjes echte méisjesjurkjes, altijd ook met risico op een te hoog tuttigheidsgehalte.

Ik ben altijd wat bang voor té veel gefrutsel in een jurk, ik wil ze hoegenaamd niet tuttig laten lijken maar ik denk dat het wel snor zit. Ik maakte deze keer ook knoopsgaten, die wonderwel ook nog eens lukte, en zette er fantasieknoopjes aan die hier al een tijdje lagen te wachten op het geschikte project.

Meer hoef ik hier niet over kwijt. Misschien enkel: die Robin, dat blijft een toppatroon!